Eén ezel over de brug...

Ok, het is uit met dat gekletst over mannentaal, sprookjesfiguren met of zonder mijter. Tijd voor serieuze zaken. Ik besef dat de Nederlandse taal niet voor iedereen vanzelfsprekend is. De specialisatie in Nederlands als tweede taal leerde mij wat voor een ander moeilijke regels zijn. Deze week kwam ik een website tegen met handige tips voor een ieder die worstelt met de regeltjes van onze taal (en voor veel andere vakken ook trouwens).

Kent u deze nog… nog… nog? Vroeger had je ’t kofschip, waarmee je eenvoudig kon nagaan of een voltooid deelwoord van een zwak werkwoord een –d of een –t op het eind kreeg. Even opfrissen: wanneer de stam van het werkwoord een van de letters van ’t kofschip bevat, krijgt het voltooid deelwoord een –t. Hele ijverige leraren of andere taalkundigen hebben er zelfs video’s over gemaakt. Overigens kan ik me voorstellen dat met deze stem menig leerling in slaap valt tijdens de les. Iets wat uiteraard niet bevorderlijk is voor het beoogde doel.

Maar dat kofschip (wat overigens een zeilschip voor binnen- en kustvaart met ronde voor- en achtersteven en een platte bodem was) voldoet niet meer aan deze tijd. Door het groot aantal leenwoorden zijn er nu woorden met als stameinde –x of –sh. Het ezelsbruggetje heeft gelukkig tal van vervangers gekregen, de een nog welluidender dan de ander. Want als je deze gelezen hebt, vergeet je ze niet meer en ze werken hetzelfde: ‘uitschuifpik’, ‘schoftkip’, ’t fuckschaap’ en ‘pokkeschoft’. En voor de woorden met een –x heb je nog ’t sexy fokschaap’ en ‘xtc-koffieshop’ en ‘sexfuckshop’.

En voor alle ouders van jonge kinderen, die nu terstond beginnen te steigeren: denk eraan, het doel heiligt alle middelen!

Waarschuwing: gebruik altijd gezond verstand bij het verwerken van online informatie!