Wandelend woordenboek

Vroeger had ik het bijna dagelijks in handen. Ik weet dat ik er een bovengemiddelde kennis van heb. Nu haal ik het erbij als ik aan het werk ben, liefst in papieren vorm. Ik beschouw het als een grote bron van ‘kleur’. Maar, en ik durf het bijna niet toe te geven, ik weet er niet alles van. Ik zou het graag willen zeggen. Het woordenboek heeft ook voor mij nog veel geheimen.

Dat is aan de ene kant een gemis, want hoe rijk zou je als tekstschrijver niet zijn als je elk bestaand woord automatisch tot je beschikking hebt om mee te goochelen. Een ingebouwde woordenscanner die ervoor zorgt dat je precies zegt wat je wilt zeggen, dat je in elke situatie de juiste zin of het juiste antwoord klaar hebt. En dat je nooit meer achteraf hoeft te denken: ‘had ik dat nou maar anders gedaan’.

Maar aan de andere kant is het proces hetgeen waar ik voldoening uit haal. Het voorbereiden, brainstormen, schrijven, lezen, schaven, checken, verbeteren en herlezen, totdat het een compleet stuk is waar je als schrijver alles aan hebt gedaan. Alles gedaan om te zorgen dat het voor je lezer begrijpelijk is, past bij zijn of haar voorkennis, inhoudelijk gelijk is aan de feitelijke waarheid. Die zoektocht naar de juiste formulering maakt van mijn vak een écht vak.

Nu ik heb toegegeven geen wandelend woordenboek te zijn, voel ik opluchting, want je kunt simpelweg niet alles weten. En wat wel kan: elke dag iets nieuws leren. Leer jij mij jouw mooiste woord van onze taal?