Kriebels

Laatst had ik er weer eens één. Het overkomt me niet al te vaak, maar soms ontmoet je iemand die je de kriebels geeft. Geen vlinders, maar kriebels, jeuk, rillingen, bibbers. Dus niet de leuke variant, die waarvan je niet kan eten, die je alles door een roze bril laat zien. Maar juist de prikkels die je liever niet ervaart. Door mensen die je wilt vermijden en liever niet tegenkomt.

Meestal kan ik aardig overweg met anderen. Ik ben niet heel uitgesproken, niet bot onbeleefd of brutaal. Een tikkel eigenwijs, af en toe een beetje vreemd, maar wel lekker. Zeg maar. Ik vraag me dan toch af: 'Ligt het aan mij? Doe ik iets verkeerd? Kan ik me anders opstellen?' Maar verandering heeft geen zin, communiceren is onmogelijk. Wat je ook zegt, er is altijd een weerwoord.

Het ergste zijn die personen waar je niet omheen kunt, waar je werkgerelateerd of in familiaire sfeer steeds weer mee te maken krijgt. Uit de weg gaan, is geen optie. En eigenlijk weiger ik dat ook. Het gedrag wijkt af van hoe ik zelf ben, van wat ik prettig vind in de omgang, van bepaalde normen en waarden, van beleefdheidsvormen en etiketten. Natuurlijk ik ben ik en ieder ander is ook zichzelf, maar je kunt gewoon te ver gaan. Het is kil, onberekenbaar, niet te peilen. Geen rekening houden met anderen en manipulatie is het uitgangspunt. Ok. Ik weet gewoon liever waar ik aan toe ben.

Ik ben bijna verbaasd en ook nieuwsgierig; hoe heb je zover kunnen komen om te denken dat dat nodig is? Hoe kun je zo onhebbelijk zijn en er niks om geven? En waarom ben ik daar dan zo door geraakt? Maar ja, als ik psycholoog wilde worden, dan zat ik niet op zaterdagochtend achter mijn laptop om weer eens iets van me af te schrijven. Dus zo, he he, lekker. Ik neem me bij deze voor om het niet bij mezelf te zoeken. Een kriebelig persoon heeft daar waarschijnlijk zelf het meeste last van. En dat is toch ook sneu?!